top of page

DE AANVALLERS. Union Jack, Franse tricolore en potentiële bollentrui

Bijgewerkt op: 1 jul. 2023

Welk type renner brengt de meeste punten op? Het zal waarschijnlijk eerder een sprinter of klassementsman zijn die met die eer gaat lopen. Maar onderschat nooit een welgemikte aanvaller: met een Hugo Houle (Tour 2022) of een Derek Gee (Giro 2023) kun je heus het verschil maken. En wie weet scoor je ook nog in het bollenklassement. Wie worden de Houles en Gees van deze Tour? Wij doen een welberekend gokje.



‘Vrijbuiters’ en ‘rittenkapers’, het zijn niet de meest positieve termen. Het type renner dat aast op ritwinsten wordt zwaar gediscrimineerd. Toch kleuren ze de Tour én – belangrijker – de Tourmanager: met een goedgekozen renner in de ontsnapping is een overgangsetappe een pak minder saai. Maar een ervaren wielermanager weet dat er niets moeilijker is dan het kiezen van de juiste aanvaller. Daarom grabbelen we nog eens in onze zak met tips.


Oh ja, voor we haters over ons heen krijgen: Wout van Aert (10M) nemen we niet op in deze lijst, omdat hij al als sprinter werd getipt. Want wat kan de tweede keizer van Herentals eigenlijk niet? Maar goed, dat is een onderwerp voor een ander (waarschijnlijk heel kort) artikel.



Mathieu van der Poel (9M)

Kan Mathieu van der Poel geel pakken in Bilbao? Het is de vraag die elke wielermanager zich stelt. Het zal kantje-boord zijn: 3.300 hoogtemeters, vijf hellingen, met een Muur van Hoei op tien kilometer van de streep. Pittig, zelfs voor Van der Poel. Mocht het daar niet lukken, krijgt hij gelukkig nog wel een paar kansen op ritwinst. Zijn vorm is alleszins geweldig, hij lijkt klaar om iedereen kapot te rijden en revanche te nemen voor de slechte prestatie in de Tour vorig jaar. Ook interessant bij Alpecin-Deceuninck: Soren Kragh Andersen (5M) en Quinten Hermans (5M). Een olijk trio dat voor vuurwerk kan zorgen in de overgangsetappes.


Tom Pidcock (8M)

Nee, wij denken niet dat Tom Pidcock op het klassement mikt. Maar hij zou wel eens de eerste geletruidrager kunnen zijn. Een parcours dat net te zwaar kan zijn voor Van der Poel, is op het lijf geschreven van het Britse lichtgewicht. Zijn overwinning op de Alpe d’Huez smaakt naar meer en binnen zijn ploeg zal hij daar de ruimte voor krijgen. Sterk bergop, maar ook razendsnel bergaf, zoals we vorig jaar hebben gezien. En met zijn sprint hoeft de olympisch kampioen mountainbike niet eens solo te finishen.



Giulio Ciccone (6M)

Misschien wel dé topfavoriet voor de bollentrui – al zien we de laatste jaren dat de gele trui ook de bollen meegraait. Ciccone heeft alvast een voordeel op die andere usual suspect Thibaut Pinot: hij heeft door een coronabesmetting geen Giro in de benen. De Italiaan heeft punch en kan bergop zelfs mee met de groten ter aarde, zeker als hij verlost van het klassement mag rijden en zijn ritten kan uitkiezen – kijk maar naar de rit die hij won in de Dauphiné. Het spuuglelijke nieuwe truitje van Trek is nog een reden om zo snel mogelijk de bollentrui te pakken.



Valentin Madouas (6M)

Kersvers Frans kampioen na een ware afvallingsrace met veel hoogtemeters, moordende temperaturen en een solo van 21 kilometer. Chapeau! Madouas wordt steevast onderschat, maar is een ongelooflijk beest die veel verschillende parcoursen aankan. Vorig jaar derde in de Ronde van Vlaanderen, dit jaar tweede in de Strade Bianche en vijfde in Luik-Bastenaken-Luik. In de Tour zal hij zijn Franse tricolore extra in de verf willen zetten en als Franse ploeg zal FDJ hem zeker die vrijheid geven.


Neilson Powless (6M)

Powless is nog zo’n alleskunner. Vorig jaar was het al twee keer net niet in de Tour – vierde op de Alpe d’Huez en in de kasseienrit naar Wallers-Arenberg – maar dit jaar heeft hij duidelijk nog stappen gezet, met een ongelooflijk sterk voorjaar als bewijs. De Amerikaan zal ook eens goed in zijn handen wrijven wanneer hij het parcours van de openingsrit bekijkt. In 2021, tussen twee overwinningen van Evenepoel door, won Powless de Clasica San Sebastian. Zou ook hij met geel in zijn hoofd zitten?


Felix Gall (5M)

Wie de Ronde van Zwitserland een beetje gevolgd heeft, zal de naam van Felix Gall hebben genoteerd. Hij won niet zomaar de vierde rit, hij reed toen ook ene Remco Evenepoel op een minuut. Zijn tijdrit heeft hem van een beter klassement weerhouden, maar om ritten te winnen in de Tour hoef je helemaal geen krak tegen de klok te zijn. Het valt af te wachten wat zijn rol zal zijn in de klimtrein van Ben O’Conner (7M), maar hij zal zeker af en toe zijn kans mogen wagen. Zo’n klimmersbenen voor 5M; Gall is een koopje.


Fred Wright (5M)

Fredje Wright of Matej Mohoric (5M), het is een dilemma dat aan bod kwam in onze podcast Kopman. De naam van Wright werd ook meermaals genoemd op ons forum. En hoewel hij sinds de selectie van sprinter Phil Bauhaus (5M) misschien iets minder interessant is geworden – het betekent dat hij waarschijnlijk niet zal meedoen in sprintersetappes – blijft de Britse kampioen een potentiële puntenpakker. Het is regel één bij het kiezen van een aanvaller: neem iemand waarvan je zeker weet dat hij effectief gaat aanvallen. Wie Wrights Tour- en Vuelta-uitslagen van vorig jaar bekijkt, zal daar niet over twijfelen. Met zijn snelheid aan de meet zal hij er zeker een paar keer dichtbij zijn.

Een emotionele Fred Wright droeg zijn overwinning op het Brits Kampioenschap op aan zijn overleden ploegmaat Gino Mäder. Krijgen we hetzelfde tafereel te zien in de Tour?

(Foto: Alex Whitehead)


Clément Champoussin (3M)

Ook de naam van Champoussin werd al genoemd in Kopman. Al jaren wordt hij gezien als een groot talent, maar dit jaar zou hij die stempel wel eens kunnen waarmaken. Hij kan geweldig klimmen, dat bewees hij in de Dauphiné en in de Mont Ventoux Dénivelé Challenge, waar hij vijfde werd. Bovendien won hij al een rit in de Vuelta, waar hij in 2021 als vluchter net de aanstormende Primoz Roglic kon voorblijven. Samen met ploegmaat Warren Barguil (5M) zal hij oorlog mogen maken in de bergen.


Georg Zimmermann (3M)

Het is duidelijk: op dit Tourparcours neem je maar best genoeg aanvallende klimmersbenen mee. Ook Georg Zimmermann past perfect in dat plaatje. De Duitser was al langer een gevaarlijke klant in de lange vlucht, maar in de Dauphiné kon hij zo'n ontsnapping voor het eerst (op het hoogste niveau) ook afwerken. De vorm is er, nu nog de juiste rit uitkiezen.



Mathieu Burgaudeau (3M)

In die Dauphinérit die Zimmermann won, was Mathieu Burgaudeau tweede. Ook hij kan dus een aardig stukje bergop. Maar ook in overgangsetappes trekt de Fransman zijn streng: in zijn voorlopig enige profzege vertrok hij op negen kilometer van de streep en bleef hij nipt een aanstormend peloton met Van Aert, Pedersen en Girmay voor. En dat in Parijs-Nice. Niet slecht!


 

Blijf op de hoogte van al het nieuws in Sporza Wielermanagerland via Facebook, Twitter en Instagram. Of stel je vraag aan andere Wielermanagers op ons Forum!

5.005 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page