Stevig openingsweekend en sprintersgeduld: een blik op de spektakelrijke eerste week van de Tour
- Michiel Heps
- 1 dag geleden
- 4 minuten om te lezen
Le Grand Départ is dit jaar een Gran Partida, want de 113de editie van de Ronde van Frankrijk start zaterdag in Barcelona. De Catalaanse hoofdstad is de eerste twee dagen het toneel voor een ploegentijdrit en een pittige heuvelrit, maar ook de rest van de eerste week belooft spektakel op te leveren. Een overzicht van een stevige negendaagse.

Wie dacht dat de Tour rustig op gang zou worden getrapt, heeft het mis. Geen sprintkansen voor het geel dit jaar, maar meteen strijd tussen de groten der aarde. In de stad van Gaudà zullen de ploegen met klassementsambities meteen vol aan de bak moeten en ook het vervolg is niet voor doetjes. De eerste week van deze Ronde van Frankrijk - eentje van negen dagen - zal ongetwijfeld al heel wat klassementsdromen doorprikken.
Rit 1 (Barcelona – Barcelona)
Terug van weggeweest in de Ronde van Frankrijk: de ploegentijdrit. Voor het eerst sinds 2019 zullen de teams hun tijdritkrachten moeten bundelen. De laatste winnaar van een ploegentijdrit in de Tour? Jumbo-Visma. In de straten van Brussel kroonde de Nederlandse formatie zich met renners als Wout van Aert, Tony Martin en gele trui Mike Teunissen tot de beste ploeg. Ook dit jaar mikken de gele bijen op het hoogste schavotje. De generale repetitie in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes was alleszins geslaagd.

Het parcours van 19,6 kilometer kent een vlakke openingsfase en een heuvelachtige finale. Met de nieuwe regels, waarbij voor iedere renner zijn individuele tijd telt, zullen de teams hun klassementsman(en) dus richting de steile Montjuïc loodsen aan een rotvaart. Vanaf daar moeten de betere renners zich onderscheiden om een sterke eindtijd neer te zetten. Op naar een eerste duel tussen Pogacar en Vingegaard? Of gaat Evenepoel met de eerste gele trui aan de haal?
Rit 2 (Tarragona – Barcelona)
Tijd om te bekomen is er in de tweede etappe niet, want de renners krijgen een parcours voor de wielen met 2500 hoogtemeters verspreid over 168,5 kilometer. Het zwaartepunt ligt op het lokale circuit in Barcelona, waar het peloton twee keer de Montjuïc (1,6 km aan 9,3%) zal aanvallen. De finish ligt op de Côte du Stade Olympique (700 m aan 7%), spek voor de bek van Van der Poel en de andere puncheurs van het Tourpeloton.
Rit 3 (Granollers – Les Angles)
In de derde etappe steekt het Tourcircus de Spaans-Franse grens over via de Pyreneeën. Na een stevig openingsweekend lijken de aanvallers aan zet in deze vroege bergrit. Al snel na de start gaat het peloton de hoogte in. De eerstvolgende gecategoriseerde klim is de Col de Toses (9,3 km aan 6,5%) na 127 kilometer. De streep is getrokken in Les Angles na een klim van 4,7 kilometer aan 4,6%, waarbij de laatste 1,7 kilometer gemiddeld 6,5% omhoog gaat. Alles opgeteld zullen de renners 3850 hoogtemeters moeten overwinnen in een rit van 195,9 kilometer. Lastig, maar misschien net niet lastig genoeg voor de klassementsmannen om elkaar te bestoken. De kans is groot dat er op het einde van de dag een mindere god met mooie bonus het geel mag aantrekken (voor langere tijd?).
Rit 4 (Carcassonne – Foix)
En dan nu een keertje sprinten? Nog niet. In de uitlopers van de Pyreneeën verwerkt het peloton een slordige 2800 hoogtemeters. Na de laatste top moeten ze nog 35 kilometer richting de aankomstplaats afleggen, hoofdzakelijk in dalende lijn. De vierde etappe is er opnieuw eentje voor de vrijbuiters waardoor een plek in de vlucht van de dag bijzonder gegeerd zal zijn. Reken dus maar op een monstervlucht met renners in alle vormen en maten.

Rit 5 (Lannemezan – Pau)
‘EIN-DE-LIJK!’ Dat zijn meer dan waarschijnlijk de woorden die op dat moment in de hoofden van Philipsen, Merlier, Kooij, Girmay, … zullen weerklinken. In de vijfde rit van deze Tour krijgen de sprinters hun kans. Ook enkele knikjes in het parcours zullen daar niets aan veranderen. Wie heeft de Pyreneeën het best verteerd en kan zijn groene ambities kracht bijzetten?
Rit 6 (Pau – Gavarnie-Gèdre)
Voor het peloton de Pyreneeën verlaat, wacht nog een klimetappe: 186,2 km met 4100 hoogtemeters. Onder andere op het menu: de Col d’Aspin (12 km aan 6,5%) en de legendarische Tourmalet (17,1 km aan 7,3%). De slotklim is lang, maar minder steil met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,7%. De ingrediënten voor een clash tussen de grote jongens zijn aanwezig en na enkele dagen voor de vluchters en de sprinters zal het bij hen niet aan goesting ontbreken.
Rit 7 (Hagetmau – Bordeaux)
Wie Bordeaux in de Tour zegt, zegt sprinten. Al verschillende keren vormde de wijnstad het decor voor een koninklijke sprint en dat lijkt dit jaar ook het meest plausibele scenario. In de vlakste etappe van deze Ronde van Frankrijk zullen de sprintersploegen er alles aan doen om hun spurtbom veilig af te zetten. Een Nederlands-Belgische strijd tussen Merlier, Philipsen en Kooij?
Rit 8 (Périgueux – Bergerac)
In de achtste rit krijgen de sprinters meteen een kans op revanche, want ook de 180,4 km richting Bergerac zouden moeten uitdraaien in een sprint. Het grootste aandachtspunt van deze etappe: de drie scherpe bochten vanaf 2,5 km van de finish. De laatste ligt op amper 500 meter van de streep. Positionering zal dus cruciaal zijn.

Rit 9 (Malemort – Ussel)
Op en af, op en af, op en af. Ook al zijn er geen monstercols terug te vinden in het parcours van etappe negen, toch belooft het een helse rit te worden vlak voor de rustdag. Te zwaar voor sprinters en te licht voor klassementsmannen? Ideaal voor de avonturiers van het peloton. Nog een keer all out!
__________________________________________________________________________________
