Ploegvoorstelling: Ultimo Kilometro vertoeft in hotel IJdele Hoop

Bijgewerkt op: mrt 15

Het openingsweekend was een teleurstelling van formaat: slechts één renner die top tien reed, Stuyven die het helemaal liet afweten en op de koop toe bleek er iemand in onze minicompetitie dezelfde teamnaam te hebben. De Strade Bianche en het feit dat ik me voorlopig tot beste ‘Ultimo Kilometro’-team van de minicompetitie mag kronen, zijn maar een magere troost. (386 punten, 7745ste plaats)

Voordat Sporza Wielermanager online stond, wist ik al wie de eerste vier namen in mijn team zouden worden: Van Aert, Van der Poel, Alaphilippe en Pidcock. Daarrond heb ik de rest van mijn team gebouwd. Niet zo verrassend misschien, al moet ik u hierbij vertellen dat ik een serieuze haat-liefde relatie heb met wereldkampioen Julian Alaphilippe. Het is een pracht van een coureur, maar ook een ongelooflijke stresskip die je maar moeilijk kan inschatten. Vorig jaar, toen hij in de Ronde van Vlaanderen tegen een motor aanknalde en in Luik-Bastenaken-Luik te vroeg juichte, heb ik hem uit mijn team gelaten. Daar was ik achteraf heel blij mee. Dit jaar kon ik het echter niet maken om hem opnieuw over te slaan. Daardoor heb ik in de Omloop nog eens mogen voelen hoe het is om ‘Juleke Nerveux’ in je ploeg te hebben: op dertig kilometer aanvallen en achteraf verkondigen dat je de hele tijd voor Ballerini reed. Om je haren van uit te trekken. Ach, hij zal zijn kostprijs zeker nog waarmaken in de rest van het seizoen.



Risicobeperking slaat niet aan


Ik houd niet van renners bij wie het elk jaar opnieuw alles of niets is, zoals bij Pedersen, Kristoff en Vanmarcke; ze zijn een te groot risico. Nu hoor ik jullie cynici denken: ‘Ah, en Jasper Stuyven is geen risico?’ Wel, op die rake opmerking heb ik niet meteen een antwoord klaar. Het enige wat ik kan zeggen is dit: maak geen grote beslissingen meer na twee uur ’s nachts. De nacht voor de Omloop Het Nieuwsblad stonden Florian Sénéchal en Jake Stewart nog in mijn team, maar om drie uur bedacht ik me plots dat de combinatie Stuyven-Sarreau een betere optie was. Begrijpe wie begrijpen kan. De volgende dag reden Stewart en Sénéchal naar een respectievelijk tweede en zevende plaats, terwijl Stuyven als 83ste over de meet slenterde. Er zijn al voor minder borden gesneuveld.


Nu wil ik Jasper Stuyven nog niet afschrijven. De Omloop was zijn eerste wedstrijd en ik zie hem zeker nog in staat om top tien te rijden in de grotere klassiekers. Met wat meer koersritme in de benen moet dat lukken. Minder hoop heb ik voor Stefano Oldani en Mads Würtz Schmidt, twee renners die ik – misschien iets te naïef – gekozen heb op basis van hun prestaties in de Ster van Bessèges. Hebt u ze onlangs nog gezien of weet u waar ze zijn, geef me dan een seintje, want volgens mij zijn ze sindsdien vermist. Kragh Andersen, Laporte, Teuns, Garcia Cortina en Van Avermaet hebben daarentegen wél al getoond dat ze goed zijn. Ik heb niet meteen het gevoel dat één van hen een koers zal winnen, maar een paar mooie ereplaatsen zitten er zeker in. De vraag is of dat genoeg is om een inhaalmanoeuvre te ontketenen. Ik betwijfel het.


Kleinere koersen


Volgens mij zullen de wielermanagers die nu bovenaan staan én de grote drie in hun ploeg hebben, niet snel van hun troon tuimelen. Kuurne en de Omloop waren heel belangrijke koersen voor Sporza Wielermanager, aangezien de grote drie er niet of zonder veel ambitie aan de start kwamen. In de komende grote Vlaamse koersen zullen Van Aert, Van der Poel en Alaphilippe doorgaans de meeste punten wegkapen, waardoor het heel moeilijk wordt om daar het verschil te maken. Ook voor de Waalse klassiekers vrees ik dat de meeste wielermanagers dezelfde grote kanonnen zullen transfereren.


Daarom ligt de sleutel van Sporza Wielermanager volgens mij dit jaar bij de kleinere wedstrijden à la Nokere Koerse en – dé koers van het jaar – Bredene Koksijde Classic. Voor mijn witte merels ben ik het dan ook op de startlijsten van die koersen gaan zoeken. Een moeilijke oefening, aangezien er in februari op die startlijsten slechts drie man en een paardenkop stonden. Het is vaak zelfs gissen naar welke ploegen er zullen starten. Daarom heb ik voornamelijk gekozen voor Belgen van wie ik veel verwacht: Gerben Thijssen, Jordi Meeus en Piet Allegaert. Ook Arjen – de man die iedereen heeft – Livyns en Fransman Marc Sarreau zullen veel van die kleinere koersen rijden. Ten slotte mik ik in die wedstrijden ook op Jasper Philipsen, die in februari al op vele startlijsten stond te pronken. Toch twijfel ik nu aan mijn keuze, want met de vorm van Tim Merlier zie ik Alpecin-Fenix nog een late position switch uitvoeren. Al rijdt Philipsen ook zeker niet slecht in Parijs-Nice.



U merkt het misschien aan mijn redeneringen: ik ben een twijfelaar, een slechte eigenschap voor een wielermanager. Waar ik wel vrij zeker van ben, is dat ik mijn eindnotering van de voorbije twee jaar (steeds bij de beste tweehonderd) waarschijnlijk niet meer zal kunnen evenaren. Toch recht ik mijn rug en koester ik nog hoop voor de rest van het seizoen. IJdele hoop misschien, maar in hotel IJdele Hoop is het doorgaans lekker vertoeven: de spanning voor elke koers blijft hoog en de teleurstelling achteraf is beperkt. Daarom roep ik nog steeds uit volle borst: “Heeren vertrekt, avanti, want den deze is er klaar voor!


Tot Jake Stewart Nokere Koerse wint en al dat palaver over 'hoop' en 'beperkte teleurstelling' gezever blijkt te zijn.

Denk jij dat je het beter kan dan Ultimo Kilometro? Bewijs het in onze minicompetitie! Snel zijn, want na vrijdag 12 maart laten we geen nieuwe ploegen meer toe.

333 keer bekeken0 reacties