Onze Grote Tips (deel 2): een kudde van dark horses (3,5-7m) om te overwegen

De dure toppers zijn de sterren van elk wielermanagerteam, maar iedereen weet dat een ploeg niets is zonder een goed middenveld. Met een tweede linie die snelheid, polyvalentie en continuïteit combineert, kan je ver komen. De volgende tien donkere hengsten zijn daarom zeker het overwegen waard.

Beginnen doen we met Matteo Trentin (7m), misschien wel de opvolger van de koning van de regelmaat Greg Van Avermaet. Vorig jaar reed Trentin negen koersen die meetelden voor de wielermanager, in acht daarvan eindigde hij in de top twintig en drie keer bekleedde hij zelfs een plaatsje in de top vijf. Wat dat opleverde op de Sporza Wielermanager? De mondige Italiaan moest met 202 punten enkel rastalenten Van Aert, Pidcock, Van der Poel en Alaphilippe voor zich dulden in de eindafrekening. Trentin is allesbehalve een veelwinnaar, maar met zijn attractieve koersstijl en sterke sprint zal hij dit jaar ongetwijfeld opnieuw enkele topnoteringen bij elkaar fietsen. Bovendien lijkt hij bij topploeg UAE Team Emirates de absolute kopman voor het Vlaamse werk.


Nog zo’n sterke beer die het voornamelijk met ereplaatsen moet doen, is Yves Lampaert (7m). Maar vergis je niet, Lampie heeft ondertussen al een poar keir pries geried’n. Met twee overwinningen in Dwars Door Vlaanderen en winst in de Driedaagse Brugge-De Panne, staan er al drie World Tour-klassiekers op zijn palmares. In de zoektocht naar een betrouwbare semitopper is het altijd een goed idee om eens te gaan kijken naar de mannen van Lefevere, stuk voor stuk dark horses in wolvenvacht. Ze beschikken in principe nog steeds over de beste voorjaarsploeg en kiezen steevast voor verschillende vaandeldragers, een rol die ook Lampaert dit jaar opnieuw zal vervullen. De boerenzoon uit Ingelmunster is bovendien een halve zekerheid voor de top tien in Parijs-Roubaix, zijn grote droom.


Yves Lampaert in de Hel van het Noorden, zijn absolute droomkoers. (foto: Cor Vos)


Een andere goede tactiek is om naar polyvalentie te gaan kijken. Dan komen we in deze prijscategorie al snel bij Matej Mohoric (6m) en Alex Aranburu (5m) uit. Beiden rijden waarschijnlijk verschillende kasseiklassiekers alvorens ze naar de Ardennen afzakken. Aranburu deed vorig jaar al eens mee in het openingsweekend, met een sterke zesde plaats in de Omloop Het Nieuwsblad tot gevolg. Daarnaast heeft hij ook het geknipt profiel voor Milaan-Sanremo en maakt hij zeker kans op mooie ereplaatsen in de Strade Bianche en de klimklassiekers. Het feit dat hij voor Movistar rijdt, zie je best even door de vingers. Ook Mohoric heeft een lang voorjaar voor de boeg. In tegenstelling tot Aranburu behoort de Sloveen tot een van de sterkere blokken uit het peloton, gezien Bahrein-Victorious vorig jaar zowat alles aan diggelen fietste. Bovendien heeft hij ook al meer ervaring in Vlaanderen. Met twee Tourritten op zak komt hij dit jaar met veel vertrouwen terug om zijn eerste klassieker te winnen.


Nog straffer dan het uitgebreid programma van Mohoric en Aranburu is het parcours dat Victor Campenaerts (5,5m) heeft uitgestippeld. Als we Pro Cycling Stats mogen geloven start de Vocsnor in elf klassiekers. Het is moeilijk om niet mee te gaan in het ‘jeugdig’ enthousiasme van Campenaerts en de heropleving van Lotto-Soudal die daarmee gepaard gaat. Hoewel hij nog niet veel mooie resultaten heeft gereden in het voorjaar, wat deels te wijten was aan zijn attractief koersgedrag, belooft zijn najaar van 2021 veel goeds. Zowel in de Benelux Tour als op het WK én EK toonde Campenaerts dat hij enorm aan inhoud heeft gewonnen. Benieuwd hoever hij dit jaar geraakt!


Onder de categorie ‘meesterknecht die ook zelf resultaat kan rijden’ vinden we ene Mike Teunissen (4,5m) terug. Na een val op trainingskamp in januari 2021 moest Teunissen vorig jaar het voorjaar vanuit zijn zetel volgen. Dat is ook meteen een verklaring waarom hij zo goedkoop is. Over opportuniteiten gesproken! Mits een frisse start kan hij dit jaar de draad weer helemaal oppikken aan de zijde van Wout Van Aert en in diens schaduw veel punten scoren.


In deze prijsklasse kijk je ook best even naar renners die wat sprintsnelheid aan je team toevoegen. Dan denken de meeste wielermanagers natuurlijk meteen aan Timothy Dupont (4m), de sprintbom van Bingoal Pauwels Sauzen. Hij heeft al een serieuze erelijst bij elkaar gefietst wat betreft de kleinere koersen in Vlaanderen. Voor de grotere klassiekers komt hij minder in aanmerking. Dan ben je meer met Rasmus Tiller (5m). Een zekerheid in koersen zoals Le Samyn én veel potentieel in het zwaardere Vlaamse werk. Dat kan eventueel ook gezegd worden van Jordi Meeus (5m), die dit jaar eens wil testen wat hij waard is in het zwaardere kasseiwerk.

Rasmus Tiller won vorig jaar Dwars door het Hageland. Kan hij nu op meer mikken?

(foto: Tim van Wichelen / Cor Vos)


De grootste verrassing in dit lijstje houden we graag voor het einde. Zoek je nog een goedkope renner voor de Ardennen, denk dan zeker eens aan Giulio Ciccone (3,5m). De naam van de Italiaan werd nog niet vaak vernoemd, maar volgens Pro Cycling Stats zou de Italiaan dit jaar de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik betwisten. Dat voor de eerste keer in drie jaar. Ciccone heeft het vermogen en de versnelling om in die koersen mee te doen met de besten. Dat bewees hij al eens met een vijfde plaats in de Ronde van Lombardije. Een interessante naam dus, ook voor wie zijn transfers voor later al aan het plannen is.


__________________________________________________________________________________


Blijf op de hoogte van al het nieuws in Sporza Wielermanagerland via Facebook, Twitter en Instagram!


11.743 weergaven0 opmerkingen