Jelle Vanendert, geroutineerde klimmer: “Het wordt moeilijk om nog een Ardense klassieker te winnen"

“We hebben een klimmer. Dit is de ontdekking van een groot talent. Vanendert wint op Plateau de Beille.” Michel Wuyts klonk euforisch toen Jelle Vanendert op 16 juli 2011 als eerste over de meet kwam in een Pyreneeën-etappe in de Tour. Bijna tien jaar later zit de ondertussen 36-jarige Noord-Limburger nog steeds in het profpeloton. Afgelopen woensdag droeg hij zelfs zijn steentje bij aan de overwinning van ploegmaat Ludovic Robeet in Nokere Koerse.


(Foto: Cor Vos)


Het is altijd een mooi beeld als een vluchter het peloton weet te verschalken. In Nokere Koerse slaagde Ludovic Robeet erin en boekte een glansrijke overwinning. Groot feest bij Bingoal – Wallonie Bruxelles dus. “Dat viel wel mee”, vertelt Jelle Vanendert. “Het is redelijk druk voor iedereen. Sommigen gaan naar huis, sommigen blijven op hotel. We hebben gewoon samen iets gedronken en dat was het.”


Niet alleen de zege van een ploegmaat, maar ook het eigen vormpeil stelt Vanendert tevreden. Misschien zit zijn nieuwe trainer Michele Bartoli, een voormalige wereldtopper in het wielrennen, daar voor iets tussen? “In de weinige koersen die ik gereden heb, heeft het al heel goed uitgepakt. Nooit kwam ik aan de aankomst met het gevoel dat ik blij was dat het erop zat. Bij Michele train ik iets meer op weerstand, terwijl mijn vorige trainer Alan Smeets me vooral kortere en intensere blokken liet doen. Door de weerstandstrainingen zou ik iets frisser in de finale moeten komen om daar mijn voordeel uit te halen. Ik word immers wat ouder en de explosiviteit mindert met de jaren.”


Het prille begin


Ondertussen is Vanendert aan zijn vijftiende profseizoen bezig. Op vrij jonge leeftijd had hij al de wil om een lange en succesvolle carrière uit te bouwen en ook aan talent was er geen gebrek. “Vanaf mijn zestien à zeventien zat ik al in een iets grotere ploeg bij de jeugd, de opleidingsploeg van Quick-Step eigenlijk. Dan weet je wel dat je waarschijnlijk iets meer talent hebt dan andere jongens van dezelfde leeftijd. Anders zit je niet bij die veertien jongens in die ploeg. Op dat moment begin je natuurlijk te dromen en te denken dat een profcarrière er wel ooit van kan komen. Patrick Lefevere heeft er ons toen wel op gewezen hoe moeilijk het is om prof te worden en dat er van de veertien jongens nog heel wat zouden afvallen.”


“Vanaf de jeugd ging het klimwerk me al goed af en ik koerste toen dus ook regelmatig in de Ardennen”, gaat Vanendert verder. Heb je dan nooit overwogen om het ‘platte’ Hamont-Achel te verlaten voor een heuvel- of bergachtig gebied? “Toen werd er wel eens over gesproken om te verhuizen, al was dat in die tijd nog niet echt aan de orde. Zoveel jaar geleden werd er nog niet echt gewerkt met hoogtestages en al die dingen. Toen deed ik vooral kleinere stages in de bergen om daarna terug naar huis te keren. Als ik het nu opnieuw zou moeten kiezen, dan zou ik het waarschijnlijk wel doen.”


In het eerste jaar bij de profs behaalde Vanendert meteen heel wat goede uitslagen, maar daarna gooiden blessures roet in het eten. Vooral de laatste van een reeks blessures deed de renner twijfelen: “Toon Claes, dokter in Herentals, vreesde bij de laatste grote blessure in 2010 dat het heel moeilijk ging worden om terug te komen. Hij vreesde echt voor mijn carrière. Dan begin je zelf natuurlijk heel hard te twijfelen of het ooit nog goed zou komen. Die blessure kwam er na een valpartij. Een serieus kraakbeenletsel aan de rechterknie. Als profvoetballer zou ik nooit hebben kunnen verder doen.”


In het natourcriterium van Maastricht in 2008 had ik de eer om met Jelle Vanendert op de foto te mogen staan (Foto: Ivan Kwanten)


Plateau de Beille


Gelukkig klaarde in 2011 de hemel op voor Vanendert met een topjaar op de fiets. Vooral met de etappezege in de Ronde van Frankrijk op het legendarische Plateau de Beille natuurlijk. Al was normaal het plan om in dienst te rijden van kopman Jurgen Van Den Broeck bij Omega Pharma-Lotto, maar die viel uit. “Vanaf de val van Jurgen werd het voor mij een ontdekkingsreis. We hadden geen klimmers meer in de ploeg, want André Greipel had heel wat renners voor de sprinttrein mee. Die renners konden ook Philippe Gilbert goed helpen. Ik moest Jurgen zolang mogelijk bijstaan in de bergen. Na zijn val mocht ik op dat terrein elke kans grijpen.”


“Ik had al van in het begin van de Tour door dat ik boven mezelf aan het uitstijgen was. Het werk dat ik kon verzetten voor Philippe en Jurgen was enorm. Ik herstelde daar ook heel goed van. Na Jurgen zijn val was het plan om gewoon te bekijken hoelang ik mee kon bergop. Dat plan werd snel bijgesteld naar het proberen winnen van een etappe.” Twee dagen na een tweede plaats op Luz Ardiden lukte dat ook. Het hoogtepunt in de carrière van Jelle, maar was het ook zijn beste dag op de fiets? “Dat durf ik dan weer niet met zekerheid te zeggen. Ik heb nog wel wat goede dagen op de fiets gehad, maar dat resulteerde niet altijd in een overwinning natuurlijk.”


Ardennenman


Na 2011 volgden jaren met enorm veel ereplaatsen in hoofdzakelijk de Ardense klassiekers. Vanendert werd bijvoorbeeld twee keer tweede in de Amstel Gold Race en een keer derde in de Waalse Pijl. Voor de rest slaagde hij er telkenmale in om in de periode van de Brabantse Pijl tot Luik-Bastenaken-Luik steevast in de top tien, twintig of dertig te eindigen. “Ik probeer al heel mijn carrière om één van die koersen te winnen, hoe moeilijk dat ook is. Dat zijn mijn droomkoersen. Of me dat ooit nog gaat lukken, weet ik niet. Het zal heel moeilijk worden. Bij een superdag en als alles in zijn plooi valt, dan is er een kleine kans. Al is die kans even groot als dat Philippe Gilbert Milaan-Sanremo nog gaat winnen. De kans bestaat dus wel. Allez, ik wil het, laat het me zo zeggen. Het marktplein van Hamont nog eens vol laten lopen zoals na mijn overwinning in de Tour, hè.” (lacht) Als Hamontenaar zal ik op de eerst rij staan, Jelle.


"Als je in de Ronde van Vlaanderen bijvoorbeeld een scheet laat, hebben ze het gezien. In het Baskenland kan je top tien rijden in ritten en dan heeft niemand daar iets van gezien of gehoord"

Ondanks dat Jelle absoluut geen wielrenner is geworden voor de media-aandacht, stoort het hem wel zichtbaar dat de Vlaamse klassiekers zoveel aandacht krijgen in vergelijking met de Ardense klassiekers. “In Vlaanderen zijn we koersgek, maar in een bepaalde categorie. Ze hebben ook altijd tegen me gezegd van: Jelle, je bent goed in vier koersen per seizoen. Maar die kijken dan niet naar de Ronde van Catalonië of de Ronde van het Baskenland. Dan zijn de mensen hier bezig met de Ronde van Vlaanderen en dergelijke, wat ik natuurlijk wel snap. Alleen als je in de Ronde van Vlaanderen bijvoorbeeld een scheet laat, hebben ze het gezien. In het Baskenland kan je top tien rijden in ritten en dan heeft niemand daar iets van gezien of gehoord. Dat is wel jammer.”


Band met Matchbox en vertrek bij Lotto-Soudal


Bij Lotto-Soudal reed Vanendert enkele jaren samen met Bjorg Lambrecht, die een dodelijke smak maakte in de Ronde van Polen in de zomer van 2019. Het voorval hakte zwaar op hem in. “Bjorg en ik waren de laatste acht maanden serieus naar elkaar toegegroeid, ondanks onze twee verschillende persoonlijkheden. We waren net voor de Ronde van Polen nog op stage in Livigno. Drie weken lang hebben we samen de kamer gedeeld. Na Livigno gingen we dan onze eigen weg, ik de Clasica San Sebastian en hij de Ronde van Polen. En ineens zie je elkaar nooit meer terug.” Vanendert heeft niets dan mooie herinneringen aan Matchbox, wat de bijnaam was voor Bjorg. “Ik weet nog dat hij op stage in Livigno iedere avond een bruistablet nam, elektrolyten waren dat. Hij liet dat onder zijn tong smelten, omdat dat de smaak van een snoepje had. Zo zou hij dan niet snoepen. Het was mooi om te zien dat hij er op die leeftijd al mee bezig was om zo weinig mogelijk te snoepen.”


Jelle Vanendert met naast hem Oliver Naesen en Bjorg Lambrecht in de Amstel Gold Race 2019 (Foto: Ivan Kwanten)


Als klap op de vuurpijl moest Vanendert na elf jaar staat van dienst vertrekken bij Lotto-Soudal. Het begin van de ‘verjongingskuur’ bij de ploeg? “Ik heb geen idee. Ze hebben me een reden gegeven, maar daar geloof ik niet in. Ik zou die reden wel kunnen geven, maar heb geen zin in ellenlange discussies in de media. Er zijn nieuwe bazen binnen de ploeg en veranderingen kunnen nu eenmaal gebeuren. De mensen waar ik mee heb samengewerkt in die elf jaar, daar kan ik het nog altijd heel goed mee vinden. Ik heb ook niks tegen de nieuwe bazen. Het is gewoon een verschil in visie, denk ik. In het begin was het vertrek een bittere pil om te slikken, maar de knop was al bij al vrij snel omgedraaid.” Het jaar nadien moesten ook renners als Jelle Wallays en Sander Armée vertrekken bij de ploeg. Vanendert heeft hen daarover nog niet aangesproken. “Ik weet niet welke reden ze bij Jelle of Sander gegeven hebben. Ik zie het wel als een budgettaire kwestie, maar voor de rest zie ik er niet echt een groots plan achter.” (lacht)


Debuut in kasseiklassiekers


Op zijn 36ste is Vanendert van plan om zijn debuut te maken in de kasseiklassiekers. Voor de Ronde van Valencia, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik staan de E3-prijs Harelbeke en de Ronde van Vlaanderen op het programma. Met ambitie? “Ik weet niet welke ambitie ik daar mag hebben, want ik heb die koersen nog nooit gedaan. Voor mij zal het op mijn 36ste nog een ontdekkingstocht worden. Ik ga in ieder geval proberen mijn ploegmaat Arjen Livyns, die heel goed bezig is, bij te staan. We zitten met Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Julian Alaphilippe die uitzonderlijk goed zijn op dit moment en een sterke ploeg hebben. Het zal met een kleinere ploeg moeilijk zijn om daar tussen te geraken, maar we gaan dat proberen. Ik zal in het begin van de koers wel voelen hoe goed de benen zijn en dan beslissen of ik in dienst ga rijden of zelf probeer mee te schuiven in de finale.”


"We zijn allemaal benieuwd hoe ver Arjen Livyns kan komen in de grote kasseiklassiekers"

Jammer genoeg speelt Vanendert zelf geen Sporza Wielermanager. Nochtans zou hij met zijn nuchtere kennersoog wel eens potten kunnen breken in het spel. Of hij zichzelf zou selecteren in zijn ploeg, is maar de vraag. Wie dan wel? “Sep Vanmarcke is heel goed bezig. Voor het openingsweekend vond ik hem al heel goed en dat heb ik hem ook gezegd. Hij was daar zichzelf niet echt bewust van. Dan is het moeilijk. Wout van Aert en Mathieu van der Poel hebben ervoor gezorgd dat er veel dingen niet opgevallen zijn. Tim Wellens was zevende en Vicenzo Nibali negende in het eindklassement van de Tirreno-Adriatico. Eigenlijk zijn dat gewoon meelopers geworden door de manier van koersen. Andere jaren spraken ze daar weken over en nu totaal niet. Zo hebben we er niet echt een goed beeld van wie echt goed is.”


En dan is er natuurlijk nog zijn ploegmaat Arjen Livyns, de man waar elke wielermanager in hart en nieren in gelooft. Hoe ver kan hij komen in de grote kasseiklassiekers? “We zijn er allemaal benieuwd naar en hijzelf ook. Het is moeilijk om er plaatsen op te plakken. We gaan in een peloton komen dat sterker is geworden door Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico. Wij hebben die koersen niet in de benen. Hij is in ieder geval goed bezig. Al kan hij die procentjes wel eens tekortkomen. Hopelijk niet natuurlijk. We zullen zien.”


__________________________________________________________________________________


Blijf op de hoogte van al het nieuws in Sporza Wielermanagerland via Facebook, Twitter en Instagram!

458 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven