Deze tips helpen je aan de juiste toppers

Bijgewerkt op: mrt 15

Bij het samenstellen van je team moet je onvermijdelijk belangrijke knopen doorhakken. Vooral de dure toprenners zorgen voor hartverscheurende keuzes.

Credits aan Pierre Hulpiau



De grote drie leggen zich toe op de monumenten


‘The Big Three’ (Van Aert, Van Der Poel en Alaphilippe) kosten opgeteld 36 miljoen. Ze alle drie nemen, zorgt voor een aanzienlijke hap uit je budget. Daardoor zakt je middenveld in kwaliteit. Daar waar je normaal zoekt naar revelaties in de tussencategorie (4-6 miljoen), moet je in dit geval vooral op zoek naar witte merels onder de goedkoopste renners (< 4 miljoen). Toch is ons advies om deze toppers alle drie in je team op te nemen. Vorig jaar staken ze ver boven de rest uit en er is geen enkel teken dat dit jaar op het tegendeel wijst. Vermoedelijk zullen zij de monumenten onder elkaar verdelen. Alaphilippe (12m) legt zich dit jaar zelfs nagenoeg alleen toe op de monumenten, waar hij in principe dus fris aan de start zal staan. Al is het nog even afwachten of hij nog enkele wedstrijden aan zijn programma toevoegt. Van Aert (12m) en Van der Poel (12m) dromen van Olympisch goud in Tokio, ze laten de kleinere koersen links liggen en hopen vooral te scoren in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.


De Ardennen zijn voor later


Hirschi (10m), Fuglsang (9m), Pogacar (9m) en Roglic (9m) mikken vooral op het Ardense werk. De uitzondering is Fuglsang (9m), de Deen voegde de Ronde van Vlaanderen toe aan zijn programma. Het voorjaarsprogramma van deze klimgeiten is dus beperkt. Voor de weinige koersen die ze rijden, zijn deze renners dan ook vrij duur. Daarnaast is er door het transfersysteem de mogelijkheid om deze toppers na het Vlaamse voorjaar alsnog in je team op te nemen voor de Waalse klassiekers. Je kan bijvoorbeeld gemakkelijk Van Aert (12m) na Parijs-Roubaix inruilen voor Roglic (9m). Ons advies: verspil er voorlopig geen budget aan.


(Foto Tim de Waele)



Neem eens een kijkje in het buitenland


De moeilijkste keuzes moeten waarschijnlijk gemaakt worden in de groep van de subtoppers, de flandriens van 8 à 9 miljoen (Benoot, Pedersen, Bettiol, Stuyven, Naesen, Van Avermaet, Pedersen, Sagan…). Bij de meesten van deze renners kan je erop vertrouwen dat hun vorm in orde zal zijn. Er zijn evenwel enkele andere criteria waar je rekening mee moet houden. Ten eerste is het belangrijk om het programma van de renners goed te bestuderen: zij die het meeste rijden, maken het meeste kans op punten. Ook de polyvalentie van een renner kan een rol spelen in de keuze. Benoot (8m), Teuns (7m) of Wellens (8m) bijvoorbeeld kunnen zowel het Vlaamse als het Waalse werk aan. Anderzijds zullen zij alleen punten pakken in wedstrijden die voldoende hard worden gemaakt.


In die optiek is Pedersen (9m), die een straffe sprint in huis heeft, een betere optie. Hij kost dan wel weer een miljoentje meer. Tot slot is er nog een belangrijke bemerking die we moeten maken. De makers van Sporza Wielermanager lijken nogal chauvinistisch te zijn en hebben veel vertrouwen in de Belgen. Vaak zijn zij extra duur. Durf daarom eens te kijken naar een iets goedkopere buitenlander als alternatief. Asgreen (7m) in plaats van Lampaert (8m) of Kragh Andersen (7m) in plaats van Naesen (8m)… Het is het overwegen waard.


Verkies tweederrangssprinters boven topsprinters


En wat doe je met de topsprinters Ewan (7m), Bennett (7m), Ackermann (7m), Gaviria (6m) en Démare (7m)? Er zijn drie wedstrijden die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op een sprint zullen eindigen: de Scheldeprijs, Nokere Koerse en Bredene Koksijde Classic. Daarnaast zijn er enkele wedstrijden die misschien op een sprint zullen eindigen: Kuurne-Brussel-Kuurne, Milaan-Sanremo, Gent-Wevelgem en de Oxyclean Classic Brugge-De Panne. De laatste jaren wordt er evenwel zo aanvallend gekoerst dat ze in deze wedstrijden meestal met een kleine groep sprinten om de zege. Daarom is de vraag of het sop de kool wel waard is. Topsprinters zijn duur. Je neemt beter enkele ‘tweederangssprinters’ zoals Dupont (4m), Coquard (4m) of Hodeg (4m) om ervoor te zorgen dat je in de echte sprintklassiekers toch wat punten pakt.


(Foto Sigfrid Eggers)



The Wolfpack is duur en onvoorspelbaar


Deceuninck-Quick-Step heeft zonder twijfel het sterkste voorjaarsteam. Dat merk je ook aan de prijzen die op hun renners zijn geplakt. Maar liefst zes renners kosten 7 miljoen of meer. Wat doe je hiermee? Ze zijn namelijk allemaal beresterk en in The Wolfpack kan het gevaar van alle kanten komen. Ook hier zijn het programma van de renner en polyvalentie de belangrijkste factoren om je keuze op te baseren. Sénéchal (7m) is bijvoorbeeld een interessante optie. Hij is een echte hardrijder met ook een goed eindschot. Vorige week werd hij tweede in de sprint van de Clasica de Almeria. Het zou zomaar kunnen dat Deceuninck-Quick-Step in een sprint met een uitgedunde groep zijn kaart zal trekken. Je kan natuurlijk ook overwegen om ze allemaal links te laten liggen wegens te duur en te onvoorspelbaar. In dat geval zou je een goedkopere renner van hetzelfde team kunnen nemen. Ballerini (5m), Hodeg (4m), Steimle (3m) of Declercq (3m) zijn interessante opties.



Maak nu je ploeg op Sporza Wielermanager en neem deel aan onze minicompetitie!

1,170 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven